maandag 27 juli 2009

le tour de France

Omdat het zo'n slecht weer bleef in de zomer van 2004, huurden we een mobilhome bij Lambrecht motorhomes om zo op zoek te gaan naar de zon. we deden dit van 14 juli tot 24 juli 2004.

We zouden in Frankrijk starten, en zien waar de zon ons bracht. Waar het mooi weer was bleven we, veelal moesten we vluchten voor de regen. We hadden gidsen meer voor Frankrijk en Spanje. Het slechte weer bracht ons tot de grens van Spanje, maar tegen dan was het tijd om terug te keren.

We vertrokken de avend van de 14e, en overnachtten op een parking langs de snelweg tussen de grote broers.


We waren ook van plan om de nachten afwisselend op een camping en in de vrije natuur door te brengen. Frankrijk is vrij goed uitgerust voor motorhomes. Bij verschillende benzinestations kan je water bijtanken, je afvalwater lossen, en je chemisch toilet legen. De electriciteit krijg je afwel door aan te sluiten op een stekker, ofwel een batterij die opgeladen werd, ofwel met een gasfles.

Na het ontbijt in de camper reden verder naar de Bourgognestreek, het weer klaarde op. In het rustige dorpje Pommard aten we in de kelder van het restaurant op de hoek. Als ik mij niet vergis noemt het ook Le Pommard. De wijnboer van Charles de Vallière verzekerde ons dat als we beter weer wilden we Lyon moesten passeren.

Wat ons bij onze eerste camping Le Daxia bracht.



Van daar uit naar Le pont d'arc, nabij Vallon pont d'arc in de Ardèche.








De nacht brachten we door langsheen de gorges du Tarn.



Het ontbijt met panoramisch uitzicht kregen we er gratis bij.
Bij Lambrecht hadden ze ons verzekerd dat de gasfles een nieuwe was. 's Morgens had de frigo vrij warm, en de gasfles woog wel erg licht. Onze gps (we hadden toen een draagbare gps en dit in de motorhome geinstalleerd) wist een bezinestation dichtbij zijn. 34 km is dichtbij in Frankrijk. We konden zelfs ons leeggoed inruilen, en we hadden terug energie. Een koele frigo is gemakkelijk, maar een douche met warm water is zeker aangenaam. De boiler voor het warm water werkte alleen op de gasfles. Als we reden konden we de frigo nog koelen, maar zelfs met een stopkontakt hadden we nog geen warm water, ook niet voor de afwas.

Vol energie konden we dus naar ons volgende doel, de beklimming van de Mont Ventoux, de mobilhome hield het.


Onze eerste Tania-pose ooit.



Parkeren nabij het observatiestation. We konden er wel niet uit langs de gewone deur, ik stond nogal dicht bij de muur. Dus iedereen moest langs de chauffeurskant uitstappen wat nogal tot wat geclaxoneer gaf (genoeg info). Ik schrok er van hoe weinig plaats daarboven is. Dat moet hier nogal een cirkus zijn als de tour hier passeert.



Naar de werkelijke top is het nog een kleine wandeling.



Het is een echt maanlandschap met een verradelijke wind.




Mijn ouders zijn een dertigtal jaar geleden hier gepasseerd en hebben toen een foto gemaakt van m'n vader aan de herdenkingssteen voor Tom Simpson. Die foto moest door de nieuwe generatie hermaakt worden uiteraard.


Eulalie in de lectuur verzonken terwijl wij voor het middagmaal zorgden, met de top van de mont Ventoux in de achtergrond.


Avignon.
Die stad heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Ik had, bleek later dus, de gps nog laten staan op auto. We reden met een iets breder vervoermiddel. Op de ring van Avignon stuurde de gps ons naar links, het centrum in. De stadspoort lukte nog, ook de weg in het begin, maar het bleef maar versmallen. Het werd zeer stil in de mobilhome. Gelukkig had hij goede spiegels, het werd millimeterwerk. Bochten nemen in de smalle steegjes kost zweet. Het is bovendien festival van Avignon. De straat is afgezet. Een Fransman komt naar mij, "Il faudra faire demi-tour". Het kruispunt is afgezet met nadarafsluiting, en er staat veel volk. Gedienstig als hij is, verplaatst dezeflde Fransman enkele dranghekkens. "Ca va aller". Na vijfentwintig keer voorruit achteruit, geholpen door zijn aanwijzigen sta ik inderdaad 180° gedraaid. "C'est sans-unique, mais y a personne, fonse" geeft hij me moed. Eerlijk gezegd ik wil geen tegenliggers tegenkomen. Zo snel als mogelijk, het straatje is nog altijd even smal, probeer ik uit dit centrum te komen. "If possible turn around" blijft de mevrouw van de gps zeggen, we houden al lang geen rekening meer met haar.
Uiteindelijk vinden we een parking aan de rand van de stad waar mobilhomes toegelaten zijn.

Na een bezoek aan het festival, eten we s' avonds heerlijk in restaurant Brunel.

We besluiten niet op de parking te slapen en rijden verder.
's Morgens ontwaken we naast een afgrond voor Les baux de provence.





Les baux is een heel mooi oud stadje. We kwamen hier toevallig, omdat we langs de weg in het donker een plaats vonden om onze camper te parkeren. Gelukkig hadden we toen de afgrond niet gezien, we stonden wel heel dicht bij de rand. Zo wordt je ook nog een verrast met een mooi uitzicht 's morgens.



Er passeerde net een rally met oldtimers toen we het stadje bezochten. We kwamen hier Pol uit de kampioenen tegen, met een brace aan zijn knie.


Op een terrasje in Les Baux. Ik zie dat ik toen nog leffe dronk (of was het icetea in een leffeglas?), en nog geen baard had. Het haar was wel al af.



We zijn door de Camargue gereden, richting Middellandse zee, waar we een plekje zochten om alleen te staan.


Ik zou begot niet meer weten waar dit is, alleen het was de Middellandse zee, of toch een afgesloten voorarm ervan, en er zaten flamingo's (niet alleen wij). Het water was vrij warm.





In de Camargue vonden we een mooie camping La petite camargue, van de keten Yellow village.
Bij het wegrijden uit de camping, versperde een porsche (ik heb altijd iets met die wagens op reis) me de weg. Ik moest stoppen net toen ik onder de slagboom stond. Blijkbaar iets te lang, want de slagboom ging neer. Veel gekraak bij het wegrijden, het neergaan van de slagboom hadden we niet gehoord. Gelukkig was een een kunstofslagboom, we hadden net een splinternieuwe mobilhome gekregen die pas op de 14 gekeurd was. Blijkbaar kwam dat daar veel voor, want voor ik aan de kassa stond, kwam er al een werkman op zijn scooterke met een nieuwe slagboom.



We zouden nu langzaam aan onze terugweg inzetten. We staken Frankrijk over richting Bordeaux streek. Halverwege hadden we een parkeerplats gevonden in een kleine regionale stad. 's Nachts bleek wel de TGV achter onze mobilhome te passeren, en kregen we nog een zeer zwaar onweer op ons dak, een dak van een mobilhome is zeer dun.

Bij het licht van de ochtend, zagen we dat we op het dorpsplein stonden. De bakker was recht over ons, en we hadden vrij veel bekijks toen we de deur open deden. We zijn na het ontbijt op het plein maar vertrokken.

We zouden twee dagen blijven op de camping Domaine de La Barbanne, temidden van de wijngaarden in Saint-Emilion. Het is hier dat Esmoreit leerde dat je sneller de waterglijbaan afgaat, als je net voor de afstoot je zwembroek afsteekt. Dat bleek daar de gewoonte te zijn.
De volgende dag zouden we fietsen huren en de wijngaarden intrekken. Het weer beslistte anders. Het regende, de ganse camping liep leeg. De bazin probeerde nog, "ça va améliorer". We namen het zekere voor het onzekere en reden naar de Landes, tegen de Spaanse grens. De Atlantische kust.

Camping le vieux port is een pracht van een camping, aan het strand en heeft verschillende zwembaden met waterglijbanen.


Het was er vrij druk bezet, maar we konden nog een plaat krijgen. Het kostte heel wat manoeuvers om ons gevaarte geparkeerd te krijgen tussen een tent met een zak aardappelen naast, en een andere tent met een vader die zijn zoon ging leren gitaarspelen. Mams gaf aanwijzingen, maar ik zag ze helemaal niet staan. "Ze doet azo", zei Esmoreit uit het zijraampje kijkend. Maar ik wist helemaal niet welke kant is moest uitdraaien.

Een treintje voerde je door de duinen, het was nog een flinke wandeling door bos en duinen, naar het strand en terug.
Zon, zee, strand, wat wil je nog meer. De golven waar wel enorm, en de onderstroom heel verradelijk.























Van uit Messanges was het in één ruk naar huis. Eén ruk is veel gezegd, er waren veel tussenstops nodig om te tanken. Zo'n huis meesleuren kost veel diesel, je zag de meter zo zakken terwijl je reed. Onderweg werd ik nog herkend door Nederlanders. Ze groepeerden samen tot er toch een paar om een handtekening durfden komen vragen. Ik moest hen teleurstellen, Paul De Leeuw zat ergens anders.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen